De cijfers zijn niet langer hypothetisch. Uit het meest recente arbeidsmarktrapport van het Centraal Planbureau (CPB), gepubliceerd in februari 2025, blijkt dat minimaal 1,2 miljoen Nederlandse werkenden een substantiële verandering in hun takenpakket kunnen verwachten als gevolg van kunstmatige intelligentie en geavanceerde automatisering. Dat is meer dan 13 procent van de totale Nederlandse beroepsbevolking.
Het rapport maakt een onderscheid tussen banen die grotendeels vervangen worden door AI, banen die gedeeltelijk worden geautomatiseerd maar waarbij menselijke supervisie noodzakelijk blijft, en banen die juist groeien doordat AI nieuwe taken en rollen creëert. Die laatste categorie is kleiner dan optimisten hopen, maar groter dan pessimisten vrezen.
Welke beroepen staan onder druk?
De meeste druk wordt gevoeld in zogeheten routinematige cognitieve beroepen: administratief medewerkers, boekhouders, datainvoerspecialisten, klantenservicemedewerkers en bepaalde juridische en financiële ondersteunende functies. Dit zijn beroepen waarbij een groot deel van het werk bestaat uit het verwerken, samenvatten of analyseren van tekst en gestructureerde data — precies het terrein waarop grote taalmodellen zoals GPT-4o en Claude 3.5 inmiddels beter presteren dan gemiddelde menselijke uitvoerders.
Het UWV meldde in januari 2025 dat het aantal vacatures voor administratieve medewerkers in de financiële sector in twee jaar tijd met 34% is gedaald, terwijl de sector zelf niet is gekrompen. Bedrijven als ING, ABN AMRO en Rabobank hebben allemaal interne AI-assistenten uitgerold die routinewerk van medewerkers overnemen.
"AI vervangt geen mensen, maar mensen die AI gebruiken, verdringen mensen die dat niet doen. Dat onderscheid is essentieel voor het beleid."
— Prof. dr. Bas ter Weel, arbeidsmarkteconomist CPB
De opkomst van nieuwe rollen
Tegenover de krimp in sommige functies staat een stevige groei in een reeks nieuwe en hybride rollen. AI-trainers en -kwaliteitscontroleurs, prompt engineers, data-ethici, AI-auditeurs en specialisten in mens-machine-samenwerking zijn functies die in 2019 nauwelijks bestonden en nu op wachtlijsten staan bij recruiters. LinkedIn Nederland rapporteert dat vacatures met "AI" in de functietitel in 2024 met 187% zijn gestegen ten opzichte van 2022.
In de maakindustrie werken menselijke operators en robotarmen steeds vaker als team. De vraag naar technische coördinatoren stijgt.
Regionale ongelijkheid
De impact van AI op de arbeidsmarkt is niet gelijkmatig verdeeld over Nederland. De Randstad — en Amsterdam in het bijzonder — absorbeert de meeste nieuwe AI-gerelateerde banen, omdat daar de meeste tech- en financiële bedrijven gevestigd zijn. Regio's als Zeeland, Drenthe en delen van Limburg, waar de economie sterker leunt op administratieve overheids- en zorgfuncties, lopen het risico arbeidsplaatsen kwijt te raken zonder equivalent aanbod van nieuwe rollen.
Minister van Sociale Zaken Van Hijum erkende dit risico in een Kamerdebat in februari 2025 en kondigde een regionaal omscholingsprogramma aan van 340 miljoen euro, gericht op de meest kwetsbare arbeidsmarktregio's. Of dit voldoende is, betwijfelen economen.
Wat kunnen werkgevers en werknemers doen?
Het CPB-rapport is duidelijk: de sleutel ligt in continue scholing en het actief omarmen van AI als werktool in plaats van het te beschouwen als bedreiging. Werkgevers die nu investeren in AI-bijscholing voor hun personeel, bouwen een significant concurrentievoordeel op. Werknemers die bereid zijn hun takenpakket te laten evolueren en basisvaardigheden in AI-tools aan te leren, zijn beter beschermd dan collega's die dat niet doen.
Praktisch betekent dit: vaardigheid in tools als Microsoft Copilot, Salesforce Einstein of sectorspecifieke AI-applicaties wordt voor steeds meer functies een basisvereiste. Niet anders dan Excel twee decennia geleden.
Conclusie: transitie, geen ramp
De boodschap van het CPB-rapport is genuanceerd: de AI-revolutie op de arbeidsmarkt is reëel en significant, maar is eerder te vergelijken met de introductie van de personal computer in de jaren tachtig dan met een catastrofale banenvernietiging. Cruciale voorwaarde is wel dat overheid, onderwijs en bedrijfsleven gezamenlijk en snel investeren in omscholing en aanpassing. Gebeurt dat niet, dan dreigt een permanente kloof tussen de AI-vaardige en AI-kwetsbare beroepsbevolking.