Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceerde eind februari de definitieve energiecijfers over 2024. De conclusie was historisch: 42,3 procent van alle in Nederland opgewekte elektriciteit was afkomstig van hernieuwbare bronnen. Dat is een stijging van 6,4 procentpunten ten opzichte van 2023 en ruim boven de Europese gemiddelde stijging van 3,2 procentpunten.
De grootste aanjager was offshore windenergie. De in 2024 volledig operationele windparken op de Noordzee voegden ruim 3,4 gigawatt aan vermogen toe. Nederland heeft nu een totaal offshore windvermogen van 11,8 gigawatt – goed voor 28 procent van de totale elektriciteitsopwekking. Zonne-energie groeide naar 14 procent, mede dankzij een verdere expansie van residentiële en agrarische zonneparken.
De uitdagingen van een groen stroomnet
De stijging van hernieuwbare energie brengt echter ook systeemproblemen met zich mee. Netwerkbeheerder TenneT waarschuwde in zijn jaarrapport dat het hoogspanningsnet op meerdere locaties al capaciteitsproblemen kent. Op zonnige en winderige dagen – die vaker voorkomen naarmate meer hernieuwbaar vermogen online komt – is er een overschot aan stroom dat moeilijk af te voeren of op te slaan is.
"We bouwen het vliegtuig terwijl we ermee vliegen. De netuitbreiding loopt structureel achter op de vermogens die aan de productiekant worden gerealiseerd."
— Manon van Beek, CEO TenneT
Netcongestie leidde in 2024 op 47 dagen tot gedwongen afschakeling van hernieuwbare opwekkers – een verdubbeling ten opzichte van 2022. De kosten van deze negatieve integratie lopen in de honderden miljoenen euro's per jaar.
Batterijen en waterstof als oplossing
De overheid investeert daarom zwaar in energieopslag. In 2024 kwamen drie grote batterijprojecten online met een gecombineerde opslagcapaciteit van 1,2 gigawattuur. Bedrijven als Elestor, Vattenfall en Shell ontwikkelen grote waterstofprojecten bij de Maasvlakte, die overtollige windstroom kunnen omzetten in groene waterstof voor de industrie.
Zonneparken op het Nederlandse platteland. Het aandeel zon in de totale opwekking groeide in 2024 naar 14 procent.
Is 70% in 2030 haalbaar?
Het nationale klimaatakkoord schrijft voor dat in 2030 minimaal 70 procent van de elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare bronnen moet komen, met een doelstelling van 35 gigawatt offshore wind. Met de huidige ontwikkelingssnelheid schatten het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het CBS dat Nederland uitkomt op 62 tot 66 procent – een tekort van enkele procentpunten.
Om het gat te dichten zijn aanvullende maatregelen nodig: versnelde vergunningsprocedures voor windparken op land, uitbreiding van het transmissienet en gerichte CO2-beprijzing in de industrie. De politieke wil daarvoor is aanwezig, maar de juridische en maatschappelijke obstakels zijn aanzienlijk.
Voor Nederlandse consumenten is de trend vooralsnog positief: de gemiddelde elektriciteitsprijs op de groothandelsmarkt was in 2024 34 procent lager dan in de piekperiode van 2022. De verwachting is dat prijzen structureel laag blijven naarmate meer hernieuwbaar vermogen het net op gaat – mits de netinfrastructuur kan bijbenen.

