De Raad van Bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB) besloot op 6 maart 2025 de drie beleidsrentes ongewijzigd te laten. De depositorente blijft 3,15 procent, de herfinancieringsrente 3,40 procent en de marginale beleningsfaciliteit 3,65 procent. De beslissing was breed verwacht door financiële markten, maar de toelichting van ECB-president Christine Lagarde bevatte meer nuance dan analisten hadden voorzien.
Waarom geen verlaging?
De kerninflatie – de maatstaf die energie- en voedselprijzen uitsluit – stond in februari 2025 op 2,6 procent in de eurozone. Dat is nog altijd boven de doelstelling van 2 procent die de ECB hanteert. Lagarde benadrukte dat de dienstensectorinflatie "onaangenaam hoog" bleef op 3,7 procent, gedreven door stijgende lonen in arbeidsmarktkrapper landen zoals Nederland en Duitsland.
"Wij zijn datagedreven en meeting-by-meeting. De richting van reizen is naar beneden, maar het tempo hangt volledig af van de binnenkomende gegevens."
— Christine Lagarde, ECB-president
Een aantal ECB-raadsleden, waaronder de Nederlandse gouverneur Klaas Knot, drong naar verluidt aan op expliciete signalering over een mogelijke verlaging in mei. Lagarde hield de deur nadrukkelijk op een kier zonder concrete toezeggingen te doen.
Gevolgen voor hypotheekhouders
Voor de 1,4 miljoen Nederlandse huishoudens met een variabele hypotheekrente of een rente die binnenkort heronderhandeld wordt, is de ECB-beslissing direct voelbaar. De gemiddelde hypotheekrente voor een nieuwe 10-jarige vaste lening stond in februari 2025 op 3,92 procent – aanzienlijk hoger dan de 1,4 procent die tijdelijk gold tijdens de pandemieperiode.
Financieel planner Judith Brouwer van het Nibud legt uit hoe groot de impact kan zijn: "Iemand die een hypotheek van 350.000 euro overschrijft van 1,8 procent naar 4,0 procent, betaalt maandelijks zo'n 410 euro meer. Dat is een significante koopkrachtklap voor middeninkomens."
Spaarders profiteren voorlopig
Daar staat tegenover dat spaarders al twee jaar profiteren van positieve spaarrentes na een lange periode van nul- en negatieve rentes. De gemiddelde spaarrente bij de vijf grootste Nederlandse banken bedroeg in februari 2025 nog 2,35 procent voor direct opvraagbaar spaargeld. Zodra de ECB begint te verlagen, zullen banken die rentes snel aanpassen.
Wanneer komt de eerste verlaging?
De obligatiemarkt prijst momenteel een eerste verlaging van 25 basispunten in op de ECB-vergadering van 17 april 2025, met een kans van 62 procent. Economen van ING Research en Rabobank Economisch Bureau verwachten dat de ECB dit jaar in totaal 75 tot 100 basispunten zal verlagen, waarmee de depositorente eind 2025 uitkomt op 2,15 à 2,40 procent.
Voor de woningmarkt betekent dit een geleidelijke maar welkome verlichting. De verwachting is dat hypotheekrentes in het tweede halfjaar van 2025 verder dalen richting 3,4 à 3,6 procent, wat de leencapaciteit van starters iets verbetert – zij het onvoldoende om de structurele krapte op te lossen.
Europese economie: groei maar kwetsbaar
De bredere economische context blijft gemengd. De eurozone groeide in het vierde kwartaal van 2024 met slechts 0,1 procent, terwijl Duitsland – de grootste economie van de eurozone – al vier kwartalen op rij krimpt. Nederland laat een beter beeld zien met 0,7 procent groei in Q4 2024, gedragen door exportgroei vanuit de hightech-sector en een robuuste arbeidsmarkt.
De ECB-vergadering van 17 april wordt door economen gezien als het cruciale beslismoment. Tot die tijd zullen alle ogen gericht zijn op de inflatiepublicaties van Eurostat en de loonrapporten uit Duitsland en Frankrijk.

